Preventie- en Integriteitsbeleid
1.INLEIDING
Integriteit is een wezenlijk kenmerk van een professionele en betrouwbare organisatie. Het bevordert niet alleen de efficiëntie, de interne transparantie en samenwerking, maar ook het vertrouwen.
Het bestuur van stichting Dorpshuis Roderwolde (DHR) e.o. heeft een integriteitsbeleid vastgesteld waarin zij het beleid beschrijft om te komen tot beheersing van de integriteitsrisico’s die de DHR loopt. Dit integriteitsbeleid is in dit document beschreven. Integriteit valt uiteen in drie vormen die bij ieder integriteitsrisico spelen:
1. a) de persoonlijke integriteit van verbonden personen;
2. b) de organisatorische integriteit van de DHR;
3. c) de relationele integriteit; Het integriteitsbeleid wordt na elke relevante wijziging van omstandigheden geactualiseerd.
2. DOELSTELLING
Doelstelling van het integriteitsbeleid is het stimuleren dat aan de DHR ‘verbonden personen’ op alle niveaus handelen in overeenstemming met maatschappelijk geaccepteerde waarden en normen in het algemeen, met de toepasselijke wet- en regelgeving. Het beleid van de DHR is er op gericht om integriteitsrisico’s tot een absoluut minimum beperkt te houden en zo snel mogelijk adequate maatregelen te nemen mocht zich (een kans op het ontstaan van) een integriteitsrisico voordoen.
3. REIKWIJDTE VAN HET INTEGRITEITSBELEID
In beginsel zijn alle personen die werkzaam (inclusief de vrijwilligers) zijn voor de DHR verbonden personen en is dit integriteitsbeleid op hen van toepassing. Het DHR heeft de volgende personen als verbonden personen aangemerkt:
1. Leden van het bestuur.
2. vrijwilligers van het DHR in de breedste zin van het woord
3. Andere (categorieën) personen aangewezen door het bestuur van de DHR. Het bestuur heeft momenteel geen andere (categorieën) personen aangewezen.
Indien het handelen door de verbonden persoon in strijd is met het integriteitsbeleid en/of de gedragscode, wordt dit beschouwd als een ernstige inbreuk op het vertrouwen dat de DHR in de verbonden persoon moet kunnen stellen.
Een dergelijk handelen kan reden zijn tot het opleggen van een sanctie, afhankelijk van de ernst van de overtreding en afhankelijk van de aard van de relatie tussen verbonden persoon en de DHR, zoals bijvoorbeeld:
1. Een waarschuwing aan betrokkene;
2. Het ongedaan maken van het door de verbonden persoon behaalde voordeel;
3. Schorsing; 4. Een (mogelijke) melding van de overtreding aan:
• het voltallig bestuur;
• het uiterste gevolg kan zijn dat het bestuur verzoekt om betrokkene wegens zwaarwichtige redenen niet meer aanwezig zijn in het gebouw van de DHR, Het voorgaande laat onverlet kan leiden tot een vordering tot schadevergoeding en/of aangifte bij de justitiële autoriteiten. Indien er sprake is van een handelen in strijd met het integriteitsbeleid en/of de gedragscode, wordt dit besproken in het bestuur.
4. GEDRAGSCODE DHR
Als organisatie waarbij onze vrijwilligers persoonlijk contact hebben met minderjarigen willen we voorkomen dat ongewenst gedrag of (seksueel) misbruik kan plaatsvinden, met alle ingrijpende gevolgen van dien. We willen dat de minderjarigen zich veilig voelen, met betrouwbare vrijwilligers. Onze organisatie vindt daarom afspraken over de manier van omgaan met elkaar belangrijk en dat alle betrokkenen zich veilig voelen. Dit kan alleen als men elkaar in zijn/haar waarde laat en elkaar met respect behandelt. Dit betekent dat wij binnen onze organisatie alle vormen van ongelijkwaardige behandeling zoals, machtsmisbruik, financiële uitbuiting, discriminerende, racistische, seksistische of (seksueel) intimiderende gedragingen of opmerkingen, of het hiertoe aanzetten, ontoelaatbaar vindt.
5. GEDRAGSREGELS DHR
Iedereen die vanuit een rol of functie betrokken is bij de DHR en hulpvragers, houdt zich aan de omgangsregels die hieronder zijn opgeschreven.
1. Ik accepteer en respecteer iedereen zoals hij/zij is en discrimineer niet.
2. Ik val niemand lastig.
3. Ik berokken de mensen bij de DHR geen schade.
4. Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn (machts)positie.
5. Ik scheld niet.
6. Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de minderjarigen niet tegen zijn of haar wil aan.
7. Ik geef de mensen bij de DHR geen ongewenste seksueel getinte aandacht.
8. Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk.
9. Als de iemand bij de DHR mij hindert of lastig valt, dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen.
10. Als dat niet helpt vraag ik om hulp.
6. KLACHTENREGEING DHR
Vanuit de organisatie van de DHR is een klachtenregeling beschikbaar. Kort samengevat:
1. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de organisatie van de DHR zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen, bij het bestuur een klacht in te dienen.
2. Een gedraging van een persoon, werkzaam bij de DHR-organisatie, wordt aangemerkt als een gedraging van de organisatie van de DHR, voor zover deze gedraging aan de organisatie kan worden toegerekend.
3. Onder personen, werkzaam bij, worden verstaan: De vrijwilligers en coördinator(en) van de organisatie.
4. Klachten kunnen mondeling worden ingediend bij het bestuur (minimaal 2 leden van het bestuur dienen hierbij aanwezig te zijn).
7. TOT SLOT
Bovenstaand beleid wordt aan iedere vrijwilliger bekend gemaakt. Ook wordt een exemplaar zichtbaar opgehangen in het dorpshuis